Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Ja, dank u wel, voorzitter. Zoals de heer De Groot ook aangaf bij de discussie, is er veel aandacht voor de vrijblijvendheid. Een van de onderdelen van die vrijblijvendheid was dat het college zelf beslist over wanneer, hoe vaak en waar onderzoek zal worden uitgevoerd en dat ze vervolgens ook nog zelf zullen gaan beslissen over de opvolging van aanbevelingen uit het onderzoek. Is dat nog tot daar aan toe? Maar volgens de huidige tekst hoeft het college verder ook alleen te rapporteren over de onderzoeksresultaten en niet over de opvolging van de aanbevelingen. U heeft de wethouder op zich wel duidelijk toegelicht dat het natuurlijk wel degelijk de bedoeling is om ook te rapporteren over het opvolgen van de aanbevelingen. En nou, dat geloven wij ook wel, maar deze verordening vervangt een verordening van 10 jaar oud en het lijkt ons menselijkerwijs onwaarschijnlijk dat een college over 3, 5 of 8 jaar nog steeds weet wat de wethouder van Financiën op 16 januari 2024 in de commissievergadering heeft gezegd. En vandaar dat het ons beter lijkt om ook in de verordening op te nemen dat het wel degelijk de bedoeling is om ook te rapporteren over de aanbevelingen. We stellen dus voor om de tekst aan te passen van artikel 4.3, de huidige tekst, "Het college rapporteert over de onderzoeksresultaten aan de raad en de rekenkamer", te vervangen door "Het college rapporteert over de onderzoeksresultaten en de opvolging van de aanbevelingen aan de raad en de rekenkamer". Dank u wel.
Ja, dank u wel, voorzitter. Het onderwerp hebben we vorige week al uitgebreid besproken, dus dat ga ik niet herhalen. We hebben het voorstel om jaarlijks deze onderzoeken minimaal te houden. Dat is een versoepeling ten opzichte van de huidige verordening, maar is een aanscherping ten opzichte van het voorstel zoals dat voorligt, want dat is te vrijblijvend.
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Jansen. In de commissievergadering was ons standpunt om de onderzoeksfrequentie te wijzigen naar eenmaal per collegeperiode. Ik denk dat we het erover eens kunnen zijn dat er een bepaalde frequentie moet komen. Alleen over de hoeveelheid daarvan verschillen we nog van mening. U gaf aan dat u bereid bent om in gesprek te gaan, dus mijn vraag aan meneer Jansen is: hoe kijkt u naar de frequentie om deze aan te passen naar eenmaal per collegeperiode?
Dank u wel, voorzitter. Vorige week ging de discussie ook even daarover en ik heb daar ook nog over nagedacht. Als je het per collegeperiode zet, dan maak je er ook meteen grote onderzoeken van, dan ga je ook meteen iets verwachten. Terwijl als het jaarlijks is, kan dat ook over een wat kleiner onderwerp zijn. Dus ik ben bang dat als we zeggen per collegeperiode, dat we ook de indruk wekken dat het dan een heel groot onderzoek moet zijn, terwijl het ook gewoon een deelbeleid of een deelprogramma kan zijn dat bekeken wordt. Dus daarom had ik het toch nog een jaar laten staan.
Ja, dank u wel, voorzitter. Want meneer Jansen, het voorstel wekt de indruk, maar kunnen we niet met de raad met elkaar afspreken dat het college ook aangeeft dat die indruk weg te werken is? Dus dat wij het vertrouwen aan het college geven om versneld een keer per periode te handelen. Maar zorg er niet voor dat het alleen grote onderzoeken zijn; het kunnen ook kleinere onderzoeken zijn. Hoe kijkt u daar tegenaan?
Ja, volgens mij krijg je dan een beetje dezelfde discussie die mevrouw Tecklenburg net aanvoerde, dan gaat het over wat we hier bespreken. Ik wil het gewoon eigenlijk goed vastgelegd hebben, en de afgelopen keer hadden we het ook goed vastgelegd. Dat hebben we 10 jaar niet goed gedaan, dus ik wilde eigenlijk met deze actualisatie zorgen dat wat we vastleggen ook haalbaar is. En dat moet in principe met één jaar lukken. Ik zou ook best willen zetten naar eens per twee jaar, maar ik denk eens per vier jaar maakt het echt te groot.
Ik vind het een heerlijke discussie. Kunnen we ervoor zorgen dat we minimaal eens per collegeperiode zo'n onderzoek doen? Als je dat doet, dan is het aan het college om te bepalen of we het acht keer in een periode doen, of zes keer, of toch een keer per jaar. Maar als je de term 'minimaal eens per collegeperiode' toevoegt, dan vinden we elkaar volgens mij allemaal.
Ja, maar in de verordening staat ook minimaal één keer per jaar, dus het mag ook meerdere keren per jaar, dus dat woordje minimaal stond er al in, dus volgens mij valt dat binnen de discussie die we hebben, dus dan vind ik nog steeds minimaal eens in de twee jaar wil ik hem best wel aanpassen.
Ik voel enige aarzeling op dit moment. Laten we daar niet te lang bij stilstaan. Zijn er nog anderen die het woord wensen? Dan gaan we naar de wethouder, wethouder Van Landschoot.
Ja, dank voorzitter. Allereerst, de amendementen A1, ik kan er kort over zijn: positief advies, goed om dat inderdaad te vereeuwigen. Ja, dan amendement A3, ja, na dit eensgezinde handjeklap kan ik als wethouder natuurlijk weinig meer dan dit voorliggende voorstel, het amendement, negatief adviseren. Maar eens per twee jaar minimaal, waarbij het niet per se een groot onderzoek hoeft te zijn, zodat het expliciet opnemen. Dan zouden we wel positief kunnen adviseren.
Kijkend naar de heer Jansen, of dit zal leiden tot een wijziging. Ja, dan wijzig ik het amendement en dien ik het op die manier in, waarna ik hoor dat het positief geadviseerd wordt. Dus dan kan het eenstemmig daarna. Dan spreken we vanaf nu over artikel 3, gewijzigd. Hoeveel moet het ook wel altijd gewoon oké zijn, dan kijk ik of er behoefte is aan stemverklaringen. Nee, dan kunnen we overgaan tot de stemmingen, of wenst nog iemand het woord? Dat is niet het geval, dan is er behoefte aan stemverklaringen. Dat is ook niet het geval. Is er behoefte aan een stemming? Of misschien, nee, mag je ook overnemen? Waarom moeten we erover stemmen? Nee toch? De heer Van Tuin kijkt mij indringend aan, maar ik heb nog niet scherp waarom hij mij indringend aankijkt. Oké.
Dat gaat leiden tot een wijziging. Ja, dan wijzig ik het amendement en dien ik het op die manier in en dan hoor ik dat het positief geadviseerd wordt. Dus dan kan het eenstemmig daarna.
Gezien het feit dat het ook om kleinere onderwerpen mag gaan, heb ik het echt alleen aangepast naar elke twee jaar, zoals ook het amendement verder was, dus dat is letterlijk aangepast. En wat de wethouder zei, volgens mij is dat meer voor de overlevering.